Euroscepsis

Toen de Benelux, de kolen- en staalunie en later de EEG werden opgericht was Nederland altijd een groot voorstander van internationale samenwerking. Dat was ook wel logisch. Nederland ligt aan de rand van Europa; een handelslandje met een grote logistieke betekenis. Begrijpelijk dat samenwerken dan veel kan brengen. Onze burgers waren dan ook in die jaren erg enthousiast over deze samenwerking. Maar de EEG werd EU en het aantal landen dat opgenomen werd in de gemeenschap steeg snel. Van 6 naar 9, naar 15 en inmiddels 27. De aanvankelijke voordelen om te kunnen handelen zijn er nog steeds, daar hoor je het electoraat niet over. Wel toen we onze munt gingen verliezen.

De arme gulden met zijn mooie kleurige bankbiljetten moest het afleggen tegen de euro. Al is het al ruim zeven jaar geleden dat de gulden verdween, toch zie je nog steeds dat delen van de bevolking nog aan het terugrekenen zijn en schrikken dat een kop koffie op het station inmiddels 4 gulden kost. Vervolgens beginnen ze te roepen dat alles zo vreselijk duur is geworden en dat we onze florijn nooit hadden moeten opgeven. Onzin natuurlijk; want uitgerekend de laatste jaren kennen we een ongekend lage inflatie en rente en is er met de euro een stabiele munteenheid gekomen, die minder gevoelig blijkt dan de sceptici verwacht hadden. Het is zelfs zo erg dat ongemerkte zelfcorrigerende mechanismen zoals het minder verhogen van salarissen dan de inflatie en daardoor dus lagere lonen betalen, niet meer werken. Bovendien hebben we nog steeds een enorme welvaart. Om nu de ontstane crisis te bezweren, zie je voor het eerst dat bedrijven loonsverlagingen voorstellen en doorvoeren. Dit leidt tot grote verontwaardiging bij de vakbonden en medewerkers, maar vroeger gebeurde dit dus ook zonder dat de inkomende geldmiddelen afnamen. Iedereen spreekt van verworven rechten, maar als de portemonnee leeg is, heb je niet veel te kiezen. Wat de Nederlanders tegen Europa hebben is de globaliserende werking ervan. In plaats van het van ouds goed functionerende Rijnlandse model te hanteren, waarbij overheid en bedrijfsleven logische afspraken maken over macht en waarvan het poldermodel nog een laatste stuiptrekking was, is er mondiaal ingestoken op het Angelsaksische model; de zogenaamde afrekencultuur. Daarmee legt de top aan alles wat onder hen zit na te streven omzetdoelstellingen op, en de beloning gaat – bonussen, afhankelijk van het resultaat – van onder naar boven. En als de doelstellingen niet gehaald worden, worden de cijfers wel gemanipuleerd, zodat het resultaat toch gehaald lijkt. Dit systeem overhitte de economie en nu is het ontploft. Internationale samenwerking is wel de enige vorm waarmee we de toekomst in moeten. Het systeem van alsmaar consumeren moet onder druk komen als we nog een duurzame samenleving willen hebben. U wilt uw kinderen en kleinkinderen toch ook niet opzadelen met de puinhopen van onze Westerse consumptie-economie? Het moet dus afgelopen zijn met die constante groeidoelstellingen. Maar als land alleen kun je dit niet stoppen; daarmee zouden valse concurrentieverhoudingen ontstaan en komt er van duurzaamheid niets terecht. Nederland is gewoon te klein om dit zelf op te lossen, en daarom hebben we Europa nodig. En inderdaad moet je jezelf wel eens afvragen of alle regels wel het zojuist genoemde doel dienen, maar je kunt er pas iets aan veranderen door mee te praten. En samenwerken vraagt offers, zeker in moeilijke tijden, en daar zijn grote groepen in ons liberale landje een beetje vies van. Doordat in Europa de grenzen verder open zijn gegaan krijgen we ook de lusten en lasten van een multiculturele samenleving. Maar wat is hier mis mee? Ja, we hebben last van de achterstand van culturele minderheden, die in liberaal opzicht 100 jaar of meer achter blijven; we voelen ons bedreigd doordat ons taalgebied te klein is. Maar in plaats dit te accepteren en te kijken hoe we dit samen oplossen, hebben de nationalisten als antwoord om alles dan maar terug te draaien. Dan stel ik ook voor dat we zondag met zijn allen weer godvrezend naar de kerk gaan en hopen dat de pastoor binnenkort niet langskomt, omdat de volgende nakomeling -lees ziel- zich nog niet heeft aangemeld. En dat we moeten smokkelen om in België goedkoper boter te kunnen krijgen. Nee mensen, het is 2009; terugdraaien van de tijd heeft geen zin. We hebben Europa en de rest van de wereld keihard nodig om een duurzame samenleving op te bouwen. En dat kan niet zonder offers. Ontwijk dus niet je verantwoordelijkheid en ga op 4 juni stemmen vóór Europa.

KLIK OP ONDERSTAANDE KNOP OM DE MIJMERING TE BELUISTEREN

[/vc_column_text]

Beoordeel dit bericht